Circulaire 1969, varende risisco’s

COMMISSIE SAMENLOOP VAN TRANSPORT- EN ALGEMENE W.A.-VERZEKERINGEN

Secretariaat
J.W. Frisolaan 3
's-Gravenhage

tel.: 514111    's-Gravenhage, 1 augustus 1969

Aan de Besturen van :
Vereeniging van Transportassuradeuren in Nederland
Nederlandse Vereniging van Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekeraars (W.A.V.).

Mijne Heren,

Algemene Aansprakelijkheidsverzekeringen voor bedrijven en varende risico's

In de Commissie Samenloop Transport/Algemene W.A. Verzekering is door aansprakelijkheidsverzekeraars aandacht gevraagd voor de problematiek waarmede zij worden geconfronteerd als gevolg van de introductie binnen de Nederlandse Vereniging van Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekeraars (W. A. V. ) van een polismodel.

Dit model, geconcipieerd als voorbeeld, gaat uit van de algemene dekking van het aansprakelijkheidsrisico zodat verzekeraars, door wie dit model als uitgangspunt bij de creatie van nieuwe aansprakelijkheidspolissen zal worden genomen, in het algemeen de geeigende beperkingen zelf dienen te ontwerpen. Eén van deze beperkingen betreft het materiele risico verbonden aan het gebruik van varende objecten door de te verzekeren bedrijven.

Reeds in 1963 heeft onze Commissie zich bezig gehouden met "varende risico's", zulks in verband met het onderzoek naar mogelijke samenloop van risicodekking vanuit de transportkant en vanuit de W.A.-kant. De bevindingen, welke U werden voorgelegd op 29 maart 1963, hielden in dat van samenloop nauwelijks sprake zou zijn, in aanmerking nemende dat transportassuradeuren huiverig staan tegenover het risico van letselschade, evenals aansprakelijkheidsverzekeraars tegenover het risico van materiele schade door schepen. Intussen zou, naar het inzicht van de Commissie, dit traditionele positie kiezen wel eens een lacune kunnen veroorzaken. Een nader onderzoek bracht de Commissie tot de slotsom dat in deze lacune, zo deze zich al in de praktijk zou voordoen, door de transportmarkt zou kunnen worden voorzien met toepassing van de clausules B 16/16x, althans voor een aansprakelijkheidsdekking tot de op het casco verzekerde som. De Commissie heeft U op 8 juni 1965 daaromtrent bericht.

De Commissie heeft zich thans afgevraagd of voor een Modelbepaling in aansprakelijkheidspolissen voor bedrijven aansluiting zou kunnen worden gezocht bij de praktijk, hiervoren geschetst.

Zij heeft gemeend dat deze vraag, behoudens ten aanzien van de traditionele uitgangspunten, niet zonder meer bevestigend kan worden beantwoord.

Gebleken is immers dat van de mogelijkheden, geboden door de clausules B 16/16a, bijzonder weinig gebruik wordt gemaakt, terwijl verder in kringen van transportassuradeuren een toenemend onbehagen kan worden geconstateerd met de ontwikkelingen ten aanzien van de risico's buiten het risico van schade door (in)-directe aanvaring. Bij de transportmarkt is een tendens te bespeuren naar beperking van de dekking tot de risico's volgens het Wetboek van Koophandel, boek 2, titel VI.

Gezien het vorenstaande meent de Commissie dat aansprakelijkheidsassuradeuren er goed aan zouden doen zich in de gedrukte standaardcondities voor verzekering van het aansprakelijkheidsrisico voor bedrijven tot de traditionele dekking van letselschaden te beperken. Zou de hiervoren gesignaleerde ontwikkeling op de transportmarkt doorzetten en zou derhalve naast de dekking van letselschaden door aansprakelijkheidsverzekeraars en de dekking van het aanvaringsrisico door transportassuradeuren in feite een lacune ontstaan, dan ware voor dat geval aansprakelijkheidsverzekeraars aan te bevelen desgewenst een dekking naar maat tegen een dienovereenkomstige premie te verschaffen. Daarbij zou er uitdrukkelijk op kunnen worden gewezen dat men zich een nauwkeurig beeld moet zien te vormen van het risico, dat het varend object naast het aanvaringsrisico oplevert, zoals ontploffingsschade, lekschade, vervuilingsschade. Met betrekking. tot de objecten van beperkte omvang, zoals roeiboten, zou de Commissie de aanbeveling in 1967 gedaan met betrekking tot W.A. particulier polissen ook voor bedrijfspolissen gevolgd willen zien, behalve ten aanzien van kano's en zeiljachten die in dit verband niet van betekenis zijn te achten.

Met de meeste hoogachting,

Narmens de Commissie,
(Mr. A. Hazewinkel) secretaries